06/05/2020

ASCILKOTYU DOMUSICC!

‘Alohomora!’
Alle deuren en ramen van de flat springen open. De wind waait mijn krant van tafel en smijt een plastic stoel om. Voordat ik kan ingrijpen klinkt er: ‘Confringo!’ De Chinese vaas bovenop de Ikea-stelling ploft uit elkaar en valt als stof op de grond.
‘Wel verdomme Fred! Kappen daarmee!’
‘Het is een duplicaat!’
‘Ik weet dat het een duplicaat is!’ Ook al is het een duplicaat, ik kan slecht tegen ontploffende Chinese vazen. Sinds hij voorwerpen kan kopiëren, Duplicatus!, oefent hij hele dagen op het laten ontploffen van kostbare objecten, hij kikt er gewoon op.

Meer dan een half jaar geleden liet Fred me een marktplaatsadvertentie zien. ‘Wat is dit?’ vroeg ik.
‘Een toverstaf en een boek.’
‘Wat voor boek?’
‘Een boek met tweehonderdveertig incantaties.’
‘Incan… wat?’
‘Toverspreuken.’
‘En dat voor €19,95?’ Ik lachte. ‘Is één van je neefjes jarig?’ Dat was niet zo. Hij had altijd al een spreukenboek en een toverstaf willen hebben.
Een week later belde de pakketjesbezorger aan: ‘Het past niet in de brievenbus.’

Nu is hij er al maanden mee zoet. De eerste keer dat hij daadwerkelijk iets toverde, flikkerde ik van mijn stoel. Niet omdat ik van zijn gelukte toverspreuk schrok, hij was het die liet me vallen: Everte Statum, de duwspreuk laat de tegenstander tollend achterover vallen.
Als een volleerde Harry Potter vloog hij door de eerste 749 bladzijden met spreuken: de ene bezwering volgde op de andere. De spreuk op pagina 750 is echter een moeilijke en belangrijke. Ascilkotyu domusicc: het object aan je linkerkant verandert in het object aan je rechterkant. Gaat deze goed, dan worden de volgende 750 bladzijden zichtbaar en anders niet.
Hij is er al dagen mee in de weer. Naast fingerspitzengefühl voor toverspreuken is er vooral intelligentie, intelligentia, voor nodig, lees ik.
Vanaf de tweezits sla ik hem al een tijdje gade. ‘Mag ik ‘s?’ vraag ik. Het mag.
Ik ga staan, brabbel wat, zwaai met de toverstaf en draai me met een sprong honderdtachtig graden om. ‘Tadaaa,’ roep ik, ’de vaas met bloemen staat nu links van me en het tafeltje met de sanseveria rechts’.
Hij lacht, maar dan vergaat het lachen hem: de volgende 750 bladzijden worden zichtbaar.